Uitspraak
5.De rechtbank overweegt als volgt.
29.Het beroep is ongegrond.
30.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2022.
Rechtbank Den Haag
Eiser, geboren in Irak en sinds 1999 in Nederland, kreeg in 2008 het Nederlanderschap toegekend. In 2019 werd zijn Nederlanderschap ingetrokken vanwege veroordelingen voor voorbereidende handelingen ten behoeve van een terroristisch misdrijf. Hoewel het hoger beroep tegen deze intrekking nog loopt, werd tegen hem een terugkeerbesluit met onmiddellijke vertrekplicht en een inreisverbod van 20 jaar opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit terecht is genomen ondanks het lopende hoger beroep over het Nederlanderschap, omdat het intrekkingsbesluit direct rechtsgevolgen heeft. Verweerder baseerde het besluit op meerdere veroordelingen, waaronder een onherroepelijke straf van drie jaar waarvan één voorwaardelijk, en gedragingen die een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormen.
Eiser voerde aan dat het land van terugkeer niet concreet was vermeld en dat de veroordelingen onvoldoende waren om het gevaar aan te nemen. De rechtbank oordeelt dat het land van terugkeer (Irak) voldoende kenbaar was en dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft dat eiser een ernstige bedreiging vormt. Ook de argumenten over artikel 3 en Pro 8 EVRM worden verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit met onmiddellijke vertrekplicht en het 20-jarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard.