ECLI:NL:RBDHA:2022:4829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing mvv-aanvraag gezinshereniging op grond van artikel 8 EVRM wegens motiveringsgebrek
Eisers, allen Eritrese familieleden van een referent met een verblijfsvergunning asiel in Nederland, hebben meerdere mvv-aanvragen ingediend voor gezinshereniging. Na eerdere afwijzingen en bezwaarprocedures, is de meest recente aanvraag eveneens afgewezen door de staatssecretaris, die twijfels had over identiteit en gezinsleven, mede vanwege tegenstrijdigheden in geboortedata en vals bevonden documenten.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende rekening heeft gehouden met de voorgeschiedenis van de referent als minderjarige bij eerdere nareisaanvragen, zoals vereist onder de Gezinsherenigingsrichtlijn en artikel 8 EVRM Pro. Tevens is onvoldoende gemotiveerd waarom het economische belang van Nederland zwaarder zou wegen dan het gezinsleven van eisers en referent.
Daarnaast wordt het DNA-onderzoek dat de familierechtelijke relatie aantoont niet adequaat erkend, met name voor eiser 5, wiens identiteit werd betwijfeld. De rechtbank constateert dat de motivering van het besluit gebrekkig is en vernietigt het bestreden besluit. De staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de overwegingen van de rechtbank. Tevens worden de proceskosten aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en de staatssecretaris moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.