ECLI:NL:RBDHA:2025:1036
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv wegens ontbreken jongvolwassenenbeleid en hechte familiebanden
Eiser, een Iraakse jongvolwassene, vroeg om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familielid van zijn vader die naar Nederland was vertrokken. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiser sinds 2017 zelfstandig woont, niet onder het jongvolwassenenbeleid valt en er geen sprake is van hechte persoonlijke banden met zijn minderjarige zusje.
Eiser voerde aan dat hij financieel en emotioneel afhankelijk bleef van zijn familie en dat de situatie vanwege traumatische ervaringen in Irak bijzondere banden oplevert. Ook stelde hij dat de afwijzing onvoldoende rekening hield met zijn omstandigheden en eerdere jurisprudentie. De rechtbank oordeelde dat eiser vrijwillig het ouderlijk huis verliet en zelfstandig functioneert, dat er geen voldoende onderbouwde afhankelijkheid is en dat de familiebanden niet de gebruikelijke broer-zusrelatie overstijgen.
Hoewel het besluit formeel onjuist was ondertekend, werd dit gebrek gepasseerd omdat de minister het besluit feitelijk nam en eiser niet in zijn belangen werd geschaad. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van jongvolwassenenbeleid en hechte familiebanden.