ECLI:NL:RBDHA:2022:5096
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking toevoeging met terugwerkende kracht wegens overschrijding normgrens Wet op de rechtsbijstand
Eiseres kreeg een toevoeging voor een hoger beroepsprocedure, die met terugwerkende kracht werd ingetrokken door verweerder vanwege een overschrijding van de normgrens van € 15.180,-, aangezien eiseres aanspraak had op € 50.000,-. Deze intrekking werd bevestigd in het bestreden besluit, waartegen eiseres beroep instelde.
Eiseres betoogde onder meer dat het bedrag niet beschikbaar was omdat het op een derdenrekening stond en daarop beslag was gelegd, en dat de intrekking onterecht was omdat hetzelfde resultaat al was gebruikt voor een eerdere intrekking van een andere toevoeging. Verweerder stelde dat elke toevoeging afzonderlijk wordt beoordeeld en dat het financiële resultaat daadwerkelijk was geïnd.
De rechtbank oordeelde dat het resultaat van de zaak waarvoor de toevoeging was verleend, bepalend is voor intrekking. Het feit dat het bedrag op een derdenrekening stond en beslag was gelegd, vormt geen zwaarwegende omstandigheid. Ook de eerdere intrekking van een andere toevoeging staat een nieuwe intrekking niet in de weg. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat de intrekking terecht was en het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.R. Aaron op 12 mei 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van haar toevoeging wordt ongegrond verklaard.