ECLI:NL:RVS:2019:2696
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging vanwege overschrijding resultaatsgrens bij boedelscheiding
Appellante kreeg in 2012 een toevoeging voor de afwikkeling van de boedelscheiding na echtscheiding. De Raad voor Rechtsbijstand trok deze toevoeging in 2017 in omdat het resultaat van de procedure volgens hem meer dan 50% van het heffingsvrij vermogen bedroeg. Appellante stelde dat de toevoeging ten onrechte was ingetrokken omdat het resultaat onjuist was bepaald en dat de verkoop van de woning pas in latere, aparte procedures tot stand kwam.
De rechtbank oordeelde dat alleen het resultaat van de procedure waarvoor de toevoeging was verleend relevant is, en dat de vaststellingsovereenkomst en het arrest van het gerechtshof de procedure definitief beëindigden. Latere procedures over de woningverkoop zijn zelfstandig en beïnvloeden het resultaat van de oorspronkelijke procedure niet. De rechtbank verwierp het beroep van appellante en verklaarde het ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. Zij overwoog dat het beleid van de Raad voor Rechtsbijstand om ook de overeengekomen verkoop en bodemprijs mee te rekenen niet onredelijk is. De door appellante aangevoerde berekeningen en zwaarwegende omstandigheden konden niet tot een ander oordeel leiden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de toevoeging bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toevoeging wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.