ECLI:NL:RBDHA:2022:5098
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging invorderingsbesluit rechtsbijstandsvergoeding wegens strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Eiseres werd geconfronteerd met een invordering van €12.514,14 aan uitgekeerde rechtsbijstandsvergoeding door de Raad voor Rechtsbijstand, nadat een toevoeging voor juridisch advies was ingetrokken wegens overschrijding van de normgrens. Eiseres voerde aan dat zij door de invordering in ernstige financiële problemen zou komen, mede door de kosten die zij aan haar advocaat had betaald en haar zorg voor minderjarige kinderen.
De Raad voor Rechtsbijstand handhaafde het besluit tot invordering en stelde dat er geen zwaarwegende omstandigheden waren die invordering konden voorkomen, mede omdat het behaalde financiële resultaat hoger was dan de vordering en beslag was gelegd op dat bedrag.
De rechtbank oordeelde dat de Raad onvoldoende rekening had gehouden met de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand en de draagkracht van eiseres, terwijl artikel 4:84 Awb Pro vereist dat alle omstandigheden worden betrokken bij de beoordeling. Hierdoor was het besluit onzorgvuldig en ondeugdelijk gemotiveerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de Raad een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van alle omstandigheden, waaronder de financiële draagkracht van eiseres. Tevens werd de Raad veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot invordering van de rechtsbijstandsvergoeding wordt vernietigd en de Raad voor Rechtsbijstand dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van alle omstandigheden.