ECLI:NL:RBDHA:2022:557
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens niet voldoen aan mvv-vereiste
Eiseres, een Chinese staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning regulier als gezinslid van haar in Nederland verblijvende zoon, die een vergunning heeft op humanitaire gronden. De aanvraag werd afgewezen omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet in aanmerking kwam voor vrijstelling hiervan. Eiseres voerde aan dat het besluit haar recht op gezinsleven en privéleven schendt (artikel 8 EVRM Pro) en dat de belangen van haar zoon onvoldoende zijn meegewogen (artikel 3 IVRK Pro). Ook werd een beroep gedaan op de hardheidsclausule.
De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt en dat de omstandigheden onvoldoende waren om vrijstelling van het mvv-vereiste toe te passen. De situatie van de zoon werd onderbouwd met psychodiagnostische rapporten, maar deze gaven geen aanleiding tot een ander oordeel. De rechtbank stelde dat eiseres haar banden met Nederland onvoldoende had onderbouwd en dat terugkeer naar China mogelijk is. Het beroep op artikel 3 IVRK Pro faalde omdat de belangen van de zoon wel degelijk waren betrokken.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning bleef afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een geldige mvv en onvoldoende bijzondere omstandigheden.