Eiser ontving een bijstandsuitkering en had in de periode van 1 november tot en met 31 december 2019 meerdere bijschrijvingen op zijn bankrekening van een organisatie die hoger waren dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Verweerder trok de bijstand over deze periode in en vorderde het te veel ontvangen bedrag terug. Tevens werd de aanvraag van eiser voor een individuele inkomenstoeslag afgewezen omdat zijn inkomen de toegestane grens overschreed.
Eiser voerde aan dat de bijschrijvingen geen inkomsten uit gokken waren, maar spaargeld dat hij had overgemaakt voor online aankopen met een digitale creditcard. De rechtbank oordeelde dat eiser dit niet met bewijsstukken had aangetoond en dat de bijschrijvingen een terugkerend karakter hadden en konden worden aangewend voor noodzakelijke kosten, waardoor zij als inkomsten in de zin van de Participatiewet gelden.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser de bijschrijvingen niet had gemeld, waardoor hij zijn inlichtingenverplichting schond. Dit rechtvaardigde de intrekking van de bijstand en de terugvordering van het te veel ontvangen bedrag. Omdat het inkomen hoger was dan 110% van de bijstandsnorm, wees de rechtbank ook de aanvraag voor de individuele inkomenstoeslag terecht af.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.