ECLI:NL:RBDHA:2022:6002
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, met de Tunesische nationaliteit, is sinds 26 januari 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 16 juni 2022.
De rechtbank toetst of de maatregel sinds de laatste uitspraak op 12 mei 2022 rechtmatig is voortgezet. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij het verkrijgen van een laissez-passer van de Tunesische autoriteiten, maar de rechtbank oordeelt dat verweerder regelmatig contact onderhoudt en dat eiser onvoldoende meewerkt aan identificatie.
Verder voert eiser aan dat de belangenafweging pleit voor opheffing van de bewaring, mede omdat hij bereid is na vrijlating met de Internationale Organisatie voor Migratie aan terugkeer te werken. De rechtbank stelt echter vast dat eiser niet wil meewerken zolang hij in bewaring zit en dat het risico op onttrekking aan toezicht voortzetting van de maatregel rechtvaardigt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.