ECLI:NL:RBDHA:2022:6004
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na verstrekking vreemdelingenidentiteitsbewijs
Eiseres, met de Armeense nationaliteit, had een aanvraag gedaan voor verlening van een vreemdelingenidentiteitsbewijs, welke door verweerder werd afgewezen wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf. Na bezwaar en beroep werd het beroep behandeld op 25 mei 2022. Tijdens de procedure verleende verweerder voorlopig uitstel van vertrek en toezegging tot verstrekking van het identiteitsbewijs, waardoor eiseres geen procesbelang meer had.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat eiseres met de toezegging haar doel had bereikt. Een verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank veroordeelde verweerder wel tot vergoeding van proceskosten, gelet op de tegemoetkoming en de vaste jurisprudentie.
De proceskosten werden vastgesteld op € 2.277,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier A.S. Hamans op 16 juni 2022 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang, met veroordeling van verweerder tot betaling van € 2.277,- aan proceskosten.