ECLI:NL:RVS:2019:497
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing handhaving onjuiste marktkraamopstelling
Appellante, standplaatshouder op de weekmarkt in Eygelshoven, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade handhavend op te treden tegen de onjuiste opstelling van de marktkraam van belanghebbende, omdat dit haar zicht en omzet negatief beïnvloedde. Het college wees dit verzoek af, en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat de marktkraam inmiddels was gelegaliseerd en omzetschade niet aannemelijk was gemaakt.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij tot op zekere hoogte aannemelijk had gemaakt dat zij schade leed door de onjuiste plaatsing, en dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over het procesbelang. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante met haar omzetcijfers voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij schade had geleden door het niet-handhavend optreden. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief het griffierecht voor het hoger beroep. De Afdeling benadrukte dat bij twijfel over procesbelang betrokkene de gelegenheid moet krijgen om dit nader te onderbouwen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.