ECLI:NL:RBDHA:2022:6006
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorrangsverklaring wegens onvoldoende levensontwrichtende woonsituatie
Eiseres, een alleenstaande moeder met medische beperkingen aan haar linkerenkel en bijkomende schouderklachten, vroeg een voorrangsverklaring aan vanwege haar problematische woonsituatie op de tweede etage zonder lift. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van het sociaal medisch advies van de GGD, dat de situatie als ernstig maar niet levensbedreigend of levensontwrichtend kwalificeerde.
Eiseres voerde aan dat haar situatie wel degelijk levensontwrichtend is en beroept zich op de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro, stellende dat haar recht op gezinsleven wordt geschonden. De rechtbank oordeelt dat verweerder het deskundige advies van de GGD terecht heeft gevolgd en dat het onderzoek zorgvuldig en begrijpelijk was.
De rechtbank stelt dat verweerder de hardheidsclausule niet hoefde toe te passen vanwege de schaarste aan woningen en het ontbreken van een uitzonderlijke situatie. Ook is geen schending van artikel 8 EVRM Pro vastgesteld, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar gezinsleven in haar huidige woning onmogelijk is.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de voorrangsverklaring wordt ongegrond verklaard.