ECLI:NL:RBDHA:2022:6421
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek wegens ontbreken medische noodsituatie
Eiser, een vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege psychische klachten. Het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht een advies uit waarin werd vastgesteld dat eiser een depressieve stoornis en andere psychische klachten heeft, maar dat geen medische noodsituatie op korte termijn wordt verwacht. Verweerder wees het verzoek af op basis van dit advies.
Eiser voerde in beroep aan dat het BMA-advies onzorgvuldig en onjuist was, onder meer omdat een fysieke overdracht aan een mantelzorger noodzakelijk zou zijn en dat zonder behandeling een medische noodsituatie zou ontstaan. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om de juistheid van het BMA-advies te betwijfelen.
De rechtbank overwoog dat het BMA-advies inzichtelijk en concludent is en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door zijn gezondheidstoestand een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro bij uitzetting. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een medische noodsituatie.