Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Daarnaast is er geen sprake is van een zodanige afhankelijkheid dat [kind] het grondgebied zou moeten verlaten als eiseres niet in Nederland mag blijven, waardoor eiseres ook niet voldoet aan voorwaarde d van paragraaf B10/2.2 Vc. Eiseres heeft niet het gezag over [kind] en is niet als ouder wettelijk verantwoordelijk voor haar verzorging en opvoeding. De afhankelijkheidsrelatie tussen [kind] en haar vader is daarom zwaarwegender dan die tussen [kind] en eiseres. De vader van [kind] kan ook voor haar zorgen als eiseres Nederland moet verlaten. De primaire daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken zullen op de vader blijven rusten.
Niet in geschil is dat eiseres wel voldoet aan voorwaarde c van het beleid, dat wil zeggen dat zij daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van [kind] verricht.
Het is vaste rechtspraak van het Hof dat er zeer bijzondere situaties bestaan waarin aan een onderdaan van een derde land die familielid is van een burger van de Unie een verblijfsrecht moet worden toegekend, omdat anders aan het Unieburgerschap de nuttige werking zou worden ontnomen indien, als gevolg van de weigering om een dergelijk recht te verlenen, deze burger feitelijk verplicht is het grondgebied van de gehele Unie te verlaten en hem zo het effectieve genot van de essentie van de aan die status ontleende rechten worden ontzegd. [8]