ECLI:NL:RVS:2021:788
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning au pair wegens ontbreken afhankelijkheidsverhouding
De vreemdeling uit Vietnam verbleef in Nederland als au pair bij een gezin met Nederlandse kinderen. Hij vroeg om wijziging van zijn verblijfsdoel naar verblijf als familie- of gezinslid, stellende dat hij zorgtaken vervult alsof hij een ouder is en dat weigering van verblijf het gezin zou dwingen Nederland te verlaten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond, maar vernietigde het besluit over de wijziging van de beperking vanwege het ontbreken van een hoorzitting. In hoger beroep stond centraal of het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie EU van toepassing is, dat onder bijzondere omstandigheden een verblijfsrecht toekent om het Unieburgerschap effectief te beschermen.
De Raad overwoog dat het enkele feit dat een au pair zorgtaken verricht niet gelijkstaat aan een ouder-kind afhankelijkheidsverhouding. Hoewel in uitzonderlijke gevallen een affectieve relatie kan leiden tot een verblijfsrecht, heeft de vreemdeling onvoldoende bewijs geleverd dat hij een zodanige afhankelijkheidsrelatie heeft met de kinderen dat weigering van verblijf het gezin zou dwingen te vertrekken.
De ingediende stukken, waaronder een brief van een schooldirecteur, verklaringen van bekenden en foto's, konden dit niet overtuigend aantonen. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning blijft in stand.