ECLI:NL:RBDHA:2022:6541
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep erfgenaam na overlijden pgb-aanvrager wegens gebrek aan procesbelang
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiseres, erfgenaam van wijlen [A], tegen het besluit van Zorgkantoor DSW om geen persoonsgebonden budget (pgb) toe te kennen. Na het overlijden van [A] nam eiseres de procedure over. De rechtbank stelde vast dat eiseres de erfenis beneficiair heeft aanvaard, waardoor zij niet aansprakelijk is voor schulden uit eigen vermogen.
Eiseres vorderde vergoeding van openstaande facturen voor zorg verleend in de periode 7 april 2019 tot 31 december 2019. De rechtbank oordeelde dat het overzicht van facturen onvoldoende inzicht gaf in de zorgverlening en kosten, en dat eiseres geen procesbelang had omdat niet aannemelijk was dat baten van de nalatenschap hoger zouden zijn dan de lasten.
Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat niet was gebleken dat wijlen [A] destijds aanspraak op vergoeding had gemaakt. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de erfgenaam wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.