ECLI:NL:RBDHA:2022:6632
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens op geld waardeerbare arbeid
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om hun bijstandsuitkering met ingang van 4 augustus 2021 in te trekken en terug te vorderen wegens het verrichten van op geld waardeerbare arbeid.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang bij de intrekking van de uitkering, maar niet bij de terugvordering. Uit het onderzoek van de afdeling Handhaving en Fraude blijkt dat verzoeker gedurende de periode van augustus tot november 2021 werkzaamheden verrichtte bij het bedrijf van een vriend, waaronder het openen van het pand, het uitschakelen van het alarm en het verplaatsen van materialen.
Verzoekers hebben de inlichtingenplicht geschonden door deze werkzaamheden niet te melden, waardoor het college terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken. De voorzieningenrechter verwacht dat dit besluit in bezwaar stand zal houden en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.