Uitspraak
A&MR2011-9.
A&MR2021-5.
6.P. 13 NG.
12.P. 17 NG.
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518,-.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij bedreigd werd door een cultische bende vanwege een conflict rondom zijn broer. De Staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas, onder meer vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen en documenten.
Eiser verzocht om aanhouding van de procedure in afwachting van een medisch onderzoek door iMMO, vanwege vermeende medische beperkingen die zijn verklaringen zouden beïnvloeden. De rechtbank oordeelde dat deze beperkingen niet gediagnosticeerd zijn en dat het onderzoek niet hoefde te worden afgewacht. Ook werd geoordeeld dat een forensisch medisch onderzoek niet noodzakelijk was.
Verder werd vastgesteld dat het gebruik van een niet-registertolk niet voldoende gemotiveerd was, maar dat dit gebrek niet tot nadeel van eiser had geleid. Eiser stelde ook dat zijn recht op verdediging was geschaad door late verstrekking van stukken, maar de rechtbank vond dat eiser en zijn gemachtigde voldoende gelegenheid hadden gehad om zich voor te bereiden.
De rechtbank concludeerde dat het relaas van eiser onvoldoende geloofwaardig was, mede door inconsistenties over de bedreigingen, het verloop van het incident en het doen van aangifte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardig relaas.