Eiser, een Ghanese asielzoeker, heeft meerdere asielaanvragen ingediend, die telkens werden afgewezen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Na een derde aanvraag, gebaseerd op mishandeling door zijn oom en vrees voor zijn leven, wees de staatssecretaris de aanvraag af als kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Ghana voor hem persoonlijk geen veilig land van herkomst is, mede vanwege tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en het politierapport.
Eiser voerde aan dat de mishandeling en het gebrek aan bescherming door Ghanese autoriteiten niet juist waren meegewogen, en dat het politierapport ten onrechte was afgewezen. De rechtbank stelde dat de staatssecretaris terecht de geloofwaardigheid van eisers verhaal in twijfel trok vanwege summiere en tegenstrijdige verklaringen.
Belangrijk is dat de rechtbank een procedureel zorgvuldigheidsgebrek constateerde omdat de staatssecretaris geen advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) had ingewonnen bij de medische beoordeling van eisers verzoek om uitstel van vertrek. De rechtbank gaf de staatssecretaris de mogelijkheid dit gebrek binnen acht weken te herstellen, waarna de procedure zal worden voortgezet.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en neemt nog geen standpunt in over de overige beroepsgronden of proceskosten. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open, maar dit kan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.