ECLI:NL:RBDHA:2022:7403
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak over niet tijdig besluit asielaanvraag ongegrond verklaard
De rechtbank Den Haag heeft op 15 juli 2022 uitspraak gedaan in een zaak waarin opposant verzet instelde tegen een eerdere uitspraak van 5 juli 2022. In die eerdere uitspraak was het beroep van opposant tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag gegrond verklaard, met een termijnstelling voor het nemen van het besluit en een proceskostenvergoeding.
Opposant verzocht om heroverweging van het onderdeel rechterlijke dwangsommen, verwijzend naar recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank kwalificeerde dit verzoek als verzet en beoordeelde of het terecht was dat zonder zitting was beslist.
De rechtbank oordeelde dat het verzet ongegrond was, omdat de aangevoerde argumenten niet leidden tot twijfel over de rechtmatigheid van de eerdere uitspraak zonder zitting. De rechtbank wees erop dat de nieuwe Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sinds 11 juli 2021 de mogelijkheid om rechterlijke dwangsommen op te leggen bij gegrond beroep op niet tijdig besluit op asielaanvraag uitsluit.
Daarmee blijft de uitspraak van 5 juli 2022 ongewijzigd en is het verzet afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak over het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag is ongegrond verklaard.