ECLI:NL:RBDHA:2022:8452
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering afgifte Nederlands paspoort wegens verlies Nederlanderschap na afstand vader
Eisers, geboren in Marokko en kinderen van een vader die in 1995 het Nederlanderschap verkreeg en in 2001 afstand deed van het Nederlanderschap, vroegen om een Nederlands paspoort. Verweerder weigerde dit omdat eisers het Nederlanderschap verloren door het afstand doen van hun vader op grond van artikel 16 RWN Pro (oud).
Eisers stelden dat het verlies van het Nederlanderschap onrechtmatig was en in strijd met het Unierecht, met name artikel 20 VWEU Pro en artikel 24 van Pro het Handvest, en dat de evenredigheidstoets onjuist werd toegepast. De rechtbank oordeelde dat het HvJEU in het Tjebbes-arrest heeft bepaald dat het verlies van het Nederlanderschap door minderjarigen niet per definitie onrechtmatig is, mits een evenredigheidstoets wordt toegepast.
De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie dat het toetsingsmoment het moment van verlies is en niet het moment dat eisers meerderjarig werden. Eisers maakten niet aannemelijk dat het verlies van het Nederlanderschap onevenredig was gezien hun situatie en rechten als EU-burgers. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en eisers kregen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van een Nederlands paspoort worden ongegrond verklaard omdat het verlies van het Nederlanderschap niet onevenredig is.