ECLI:NL:RVS:2022:1077
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.C. Slump
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Verlies Nederlandse nationaliteit en weigering nationaal paspoort na beoordeling evenredigheidsbeginsel Unierecht
Appellante verzocht om een nationaal paspoort, maar de minister stelde haar aanvraag buiten behandeling omdat zij van rechtswege de Nederlandse nationaliteit had verloren toen haar moeder die verloor. Na eerdere procedures en een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de EU werd een nieuw besluit genomen, waarbij het verlies van het Nederlanderschap werd bevestigd.
Appellante voerde aan dat het verlies van haar nationaliteit onevenredige gevolgen had volgens het Unierecht, onder meer vanwege haar studieplannen in Antwerpen en het verlies van het Unieburgerschap. De Immigratie- en Naturalisatiedienst adviseerde dat zij met haar Zwitserse nationaliteit haar plannen kon verwezenlijken en dat het verlies van het Unieburgerschap evenredig was. De Afdeling oordeelde dat het advies zorgvuldig was en dat appellante geen onredelijke bewijslast werd opgelegd.
De Afdeling overwoog dat appellante redelijkerwijs voorzienbaar studeerde in de EU en dat zij geen concreet financieel nadeel of beperking in haar rechten kon aantonen. Ook het argument van het recht op identiteit en consulaire bescherming werd verworpen, omdat geen sprake was van willekeur of onrechtmatige inmenging. De Afdeling concludeerde dat het verlies van het Nederlanderschap niet onevenredig is en dat appellante geen recht heeft op een nationaal paspoort.
Daarnaast werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gedeeltelijk toegewezen, waarbij de minister en de Staat samen een vergoeding moesten betalen. De proceskosten werden verdeeld over minister en Staat. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aanvraag nationaal paspoort wordt geweigerd wegens verlies van het Nederlanderschap.