ECLI:NL:RBDHA:2022:8559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De vreemdeling, met de Nigeriaanse nationaliteit, is op 26 april 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 18 augustus 2022.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel beoordeeld in uitspraken van mei, juni en juli 2022. Uit de laatste uitspraak bleek de maatregel tot dat moment rechtmatig. Het huidige beroep richt zich op de periode daarna. De vreemdeling stelt dat er geen concreet zicht is op uitzetting naar Nigeria, mede doordat de Nigeriaanse ambassade niet reageert en hij vanuit bewaring geen documenten kan verkrijgen.
De rechtbank stelt echter vast dat de vreemdeling niet bereid is om zelf actie te ondernemen om zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk te maken, ondanks eerdere kansen en contacten. Dit gebrek aan medewerking leidt ertoe dat het objectieve zicht op uitzetting niet ontbreekt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.