ECLI:NL:RBDHA:2022:8696
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs van bedreiging in Colombia
Eiser, een Colombiaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vrees voor vervolging door autoriteiten en een gewapende groepering vanwege zijn deelname aan demonstraties en lidmaatschap van een activistische groep.
Verweerder achtte delen van het asielrelaas geloofwaardig, maar verwierp de stelling dat eiser als leider of organisator werd gezien en dat hij persoonlijk bedreigd of vervolgd werd. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond dat eiser slechts een marginale rol had bij de demonstraties en onvoldoende bewijs leverde voor persoonlijke bedreiging.
Diverse incidenten en dreigberichten werden door verweerder als ongeloofwaardig beoordeeld, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen en gebrek aan objectieve bronnen. De rechtbank vond dat verweerder zich voldoende had gemotiveerd en dat eiser zijn vrees voor vervolging niet aannemelijk had gemaakt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van persoonlijke bedreiging.