ECLI:NL:RBDHA:2022:8700
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens bescherming in Duitsland ongegrond verklaard
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat uit het Eurodac-systeem blijkt dat eiser sinds 2014 internationale bescherming geniet in Duitsland. Eiser betwistte dit en stelde dat zijn Duitse asielstatus was verlopen en niet verlengd, mede omdat hij langer dan zes maanden buiten Duitsland verbleef en terugkeerde naar Syrië.
De rechtbank overwoog dat het verlopen van een verblijfstitel niet automatisch betekent dat de internationale bescherming is beëindigd. Er was geen bewijs dat de Duitse autoriteiten de asielstatus van eiser formeel hadden ingetrokken. De rechtbank hechtte daarom aan het bericht van de Nederlandse liaison-ambtenaar dat de bescherming nog steeds geldt.
Ook het argument dat de vluchtelingenstatus van rechtswege was vervallen door terugkeer naar Syrië werd verworpen, omdat intrekking van de status een besluit van bevoegde autoriteiten vereist. De rechtbank concludeerde dat eiser nog steeds internationale bescherming geniet in Duitsland en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat eiser nog internationale bescherming geniet in Duitsland.