ECLI:NL:RVS:2019:290
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 13 juni 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 19 juli 2018 en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Hij betoogde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat nader onderzoek naar de verblijfsstatus in Zwitserland nodig was, terwijl Zwitserland internationale bescherming had verleend en de terugname had geaccepteerd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onterecht had geoordeeld dat de staatssecretaris de verblijfsstatus niet voldoende had geverifieerd.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard omdat het geen nieuwe rechtsvragen opriep. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 13 juni 2018 ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.