Eiseres, een werkgever, verzocht verweerder om een besluit over de eerste ongeschiktheidsdag van een werkneemster die ziek uitviel tijdens haar dienstverband. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een vervallen wettelijke bepaling. Eiseres ging hiertegen in bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit ontoereikend was gemotiveerd en vernietigde het besluit.
De rechtbank beoordeelde vervolgens of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand konden blijven. Eiseres moest aannemelijk maken dat de werkneemster al arbeidsongeschikt was op de datum van indiensttreding. Ondanks medische rapporten en verklaringen van bedrijfsartsen kon eiseres dit niet voldoende onderbouwen. De rechtbank volgde verweerder in zijn standpunt dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag juist was vastgesteld.
De rechtbank bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter M.P. Verloop en griffier J.P.G. van Egeraat op 26 september 2022.