ECLI:NL:RBDHA:2022:9998
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing opheffing ongewenstverklaring wegens onvoldoende bewijs verblijf buiten Nederland
Eiser, met de Albanese nationaliteit, werd op 7 december 2017 ongewenst verklaard wegens een gevaar voor de openbare orde en is toen uitgezet naar Italië. Hij vroeg op 21 februari 2020 om opheffing van deze verklaring, maar verweerder wees dit af omdat eiser niet de vereiste bewijsstukken over zijn verblijf buiten Nederland had overlegd.
Eiser stelde dat verweerder ten onrechte niet had getoetst aan het unierechtelijke openbareordecriterium en dat het bewijsvereiste onterecht was, verwijzend naar relevante jurisprudentie. De rechtbank oordeelde dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing is omdat eiser al buiten Nederland verbleef bij oplegging van de ongewenstverklaring. Tevens was de vijfjaarstermijn voor opheffing nog niet verstreken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het verzoek tot opheffing heeft afgewezen vanwege het ontbreken van bewijsstukken en het niet voldoen aan de termijn. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.