ECLI:NL:RBDHA:2023:10005
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag voorschot herziening en terugvordering wegens hoger toetsingsinkomen
Eiseres maakte bezwaar tegen de definitieve vaststelling van haar huurtoeslag over 2021, waarbij de Belastingdienst het voorschot op nihil stelde en een terugvordering van €380 oplegde wegens een hoger vastgesteld gezamenlijk toetsingsinkomen met haar zoon.
De rechtbank stelt vast dat de wijzigingen in het voorschot huurtoeslag correct zijn gebaseerd op doorgegeven inkomenswijzigingen van eiseres en haar zoon. Het bezwaar tegen de berekening wordt verworpen, evenals het beroep op het vertrouwensbeginsel en de kwijtschelding van terugvordering vanwege vertraagde besluitvorming.
Wel oordeelt de rechtbank dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd omdat de belangenafweging bij terugvordering niet is gemaakt in het besluit zelf, maar pas in het verweerschrift. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Verweerder moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege een motiveringsgebrek, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.