ECLI:NL:RBDHA:2023:10084
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling uit Marokko ongegrond
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 25 december 2022 een maatregel van bewaring op aan een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit. De eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 13 juni 2023 opgeheven.
De rechtbank toetste of de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was. Uit een eerdere uitspraak bleek dat de maatregel tot 2 juni 2023 rechtmatig was. De rechtbank beoordeelde nu de periode daarna. De eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting was en dat de maatregel zwaar op hem drukte. De Staatssecretaris stelde dat voldoende voortvarend was gehandeld en dat er wel zicht op uitzetting was.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring rechtmatig was gehouden, dat de Staatssecretaris voortvarend heeft gehandeld door onder meer schriftelijk te rappelleren op de laissez passer-aanvraag, en dat er zicht op uitzetting bestond. De rechtbank merkte op dat de eiser onvoldoende meewerkte aan zijn uitzetting, waardoor hij zelf het risico droeg dat de bewaring voortduurde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.