ECLI:NL:RBDHA:2023:10163
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens ernstige bedreiging openbare orde
Eiser, met Servische nationaliteit, verblijft sinds 1975 rechtmatig in Nederland en had sinds 1995 een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Na meerdere veroordelingen, waaronder een gevangenisstraf van 36 maanden in 2018 voor ernstige strafbare feiten, heeft de staatssecretaris zijn verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar opgelegd.
Eiser betoogde dat de evenredigheidstoets onvoldoende was toegepast, dat hij zijn gedrag had verbeterd en dat onvoldoende was gemotiveerd dat hij een actuele bedreiging vormt. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de relevante aspecten van de Gezinsherenigingsrichtlijn en artikel 8 EVRM Pro adequaat had meegewogen en dat de ernstige strafrechtelijke achtergrond en het hoge recidiverisico zwaarwegend zijn.
De rechtbank concludeerde dat ondanks het langdurige verblijf in Nederland, eiser beperkte banden met Nederland heeft opgebouwd en dat het belang van de openbare orde prevaleert. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het inreisverbod gegrond op het Unierechtelijke openbare ordecriterium.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.