ECLI:NL:RBDHA:2023:10211
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, van Jemenitische nationaliteit, diende op 28 oktober 2022 een asielaanvraag in die door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Verweerder baseerde zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de bevestiging van Spaanse autoriteiten om eiser terug te nemen.
Eiser voerde aan dat Spanje zich niet aan zijn internationale verplichtingen houdt, wijzend op tekortkomingen in opvang en asielprocedure, ondersteund door AIDA-rapporten en jurisprudentie. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht wordt toegepast en dat de hoge drempel voor het aannemen van een reëel risico op onmenselijke behandeling niet is overschreden.
De rechtbank verwees naar recente verbeteringen in Spanje, zoals de bouw van nieuwe opvangcentra en initiatieven om wachttijden te verkorten. Tevens stelde de rechtbank dat eiser de mogelijkheid heeft om in Spanje klachten in te dienen over problemen met opvang of rechtsbijstand.
De medische gronden voor het aan zich trekken van de aanvraag werden niet onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.