Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 1], V-nummer: [V-nummer 2]
[minderjarige 2], V-nummer: [V-nummer 3]
Rechtbank Den Haag
Eiseres en haar drie minderjarige kinderen hadden een asielaanvraag ingediend in Nederland, die door de staatssecretaris niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiseres voerde aan dat Duitsland niet aan de internationale verplichtingen voldoet en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt, onder meer vanwege zorgen over vrouwenbesnijdenis, medische zorg en haar seksuele geaardheid.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiseres onvoldoende objectieve informatie had geleverd om dit te weerleggen. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor een fundamentele systeemfout in het Duitse asielbeleid of voor een reëel risico op indirect refoulement.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de belangen van eiseres en haar kinderen voldoende waren meegewogen en dat er geen aanleiding was voor nader onderzoek of om de aanvraag toch in behandeling te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor overdracht aan Duitsland mogelijk blijft.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen.