ECLI:NL:RBDHA:2023:10374

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juli 2023
Publicatiedatum
17 juli 2023
Zaaknummer
NL23.14866
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EU) Nr. 604/2013Artikel 3 EVRMArtikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese UnieRichtlijn 2013/33/EU
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 mei 2023 waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag van eiser niet in behandeling heeft genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.

De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2023 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard omdat niet aannemelijk is geworden dat er beletselen zijn om eiser aan Spanje over te dragen, zoals systeemfouten of ontoereikende opvangvoorzieningen.

De rechtbank baseert zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en recente AIDA-rapporten die geen zodanige verslechtering aantonen dat overdracht aan Spanje een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro zou opleveren. Ook is niet gebleken dat eiser na overdracht pushbacks of materiële deprivatie zal ondervinden.

De Spaanse autoriteiten hebben toegezegd het asielverzoek te behandelen conform Europese richtlijnen. De enkele omstandigheid van een lopende inbreukprocedure tegen Spanje leidt niet tot een andere conclusie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Spanje op grond van de Dublinverordening wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.14866
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 15 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2023 op zitting behandeld. Eiser is en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Het is niet in geschil dat Spanje op grond van de Dublinverordening [1] verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming van eiser. Verder is niet aannemelijk geworden dat er vanwege systeemfouten in de asielprocedure of opvangvoorzieningen beletselen zouden bestaan om eiser aan Spanje over te dragen.
2. Zoals in het bestreden besluit is overwogen, wordt op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel aangenomen dat Spanje zich zal houden aan zijn internationale verplichtingen. In de rechtspraak hierover is de situatie betrokken voor Dublinterugkeerders zoals die volgt uit de landenrapporten van AIDA over Spanje. [2] Eiser heeft gewezen op het AIDA-rapport over 2022 (verschenen april 2023). Hieruit blijkt echter niet van een zodanige verslechtering van Dublinterugkeerders in Spanje ten opzichte de beschrijving in het eerdere AIDA-rapport dat overdracht aan Spanje zou uitmonden in een schending van artikel 3 van Pro het EVRM [3] en artikel 4 van Pro het Handvest. [4]
3. De Spaanse autoriteiten hebben met de aanvaarding van de Dublinclaim toegezegd het asielverzoek van eiser te zullen behandelen en zijn daarbij gebonden aan de Europese asielrichtlijnen, waaronder de Opvangrichtlijn. [5] De vergelijking met de situatie in Italië waarover de Afdeling op 26 april 2023 heeft geoordeeld [6] , gaat niet op. De Spaanse autoriteiten hebben immers niet op vergelijkbare wijze verklaard dat Dublinterugkeerders niet zullen worden opgevangen wegens gebrek aan opvangcapaciteit. Evenmin heeft eiser aannemelijk gemaakt dat het voor hem bij voorbaat onmogelijk of zinloos zou zijn om in Spanje te klagen over een eventuele schending van zijn recht op opvang. De enkele omstandigheid dat tegen Spanje een inbreukprocedure is gestart, leidt dan ook niet tot de conclusie dat eiser na zijn overdracht in Spanje terecht zal komen in een situatie van materiële deprivatie zonder dat hij hierbij enige hulp van de Spaanse overheid mag verwachten.
4. Voor zover eiser stelt dat de Spaanse autoriteiten zich schuldig maken aan pushbacks geldt dat niet is gebleken van concrete aanknopingspunten dat ook Dublinterugkeerders hieraan worden blootgesteld. Overdracht naar Spanje vindt met instemming van de Spaanse autoriteiten plaats per vliegtuig, terwijl de pushbacks betrekking hebben op vreemdelingen die illegaal over zee Spanje proberen te bereiken. In zoverre kan dan ook niet worden gezegd dat eiser na overdracht te vrezen zal hebben voor een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM of artikel 4 van Pro het Handvest.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2023 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Verordening (EU) Nr. 604/2013.
2.Zie bijvoorbeeld ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 27 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:364.
3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
4.Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
5.Richtlijn 2013/33/EU.