Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van7 juli 2023 in de zaken tussen
drs. ing. [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigden: mr. [naam 1] en ing. [naam 2] ),
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraken op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
4 juli 2022 heeft de rechtbank eiser gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding van het indienen van de bezwaren. In de reactie van eiser van 11 juli 2022 is – voor zover hier van belang – opgenomen:
31 januari 2022 respectievelijk de voorlopige aanslagen IB/PVV 2020, 2021 en 2022 (de voorlopige aanslagen) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van respectievelijk € 5.913, € 5.773 en € 5.542 en een bedrag aan inkomstenbelasting voor box 3 van respectievelijk € 1.427, € 1.386 en € 1.329.
€ 1.188 en een bedrag aan belasting voor box 3 van € 274.
9 juli 2019, 5 december 2019 en 6 juli 2020. De bezwaren, die op 8 februari 2022 door verweerder zijn ontvangen, zijn dan ook niet voor het einde van de termijn door verweerder ontvangen. Verweerder heeft de bezwaren dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
mr. A.C. van Essen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2023.