ECLI:NL:RBDHA:2023:10491
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en overdracht aan Zwitserland
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, diende op 15 februari 2023 een asielaanvraag in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Zwitserland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname aan Zwitserland gedaan, dat op 7 maart 2023 werd aanvaard.
Eiser stelde dat de hoorplicht was geschonden omdat hij niet persoonlijk is gehoord over de overdracht aan Zwitserland, terwijl hij dit wel wenste. De staatssecretaris bood hem echter de mogelijkheid om schriftelijk bezwaren kenbaar te maken, wat volgens het beleid in de Vreemdelingencirculaire toereikend was gezien de nieuwe feiten omtrent Zwitserland als verantwoordelijke lidstaat.
De rechtbank oordeelde dat het eerdere persoonlijke onderhoud over mogelijke overdracht aan Spanje en Duitsland voldeed aan de hoorplicht en dat de schriftelijke mogelijkheid voor bezwaren tegen overdracht aan Zwitserland voldeed aan de uitzonderingsbepaling in artikel 5, tweede lid, van de Dublinverordening. De door eiser aangehaalde jurisprudentie was niet vergelijkbaar omdat daar geen Dublingehoor had plaatsgevonden.
Daarnaast stelde eiser dat het claimakkoord niet rechtsgeldig was omdat Zwitserland de terugname baseerde op een ander artikel van de Dublinverordening dan Nederland. De rechtbank stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat het claimakkoord rechtsgeldig tot stand is gekomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen.