Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 21 november 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 15 oktober 2023 al een asielaanvraag in Duitsland had ingediend. Duitsland accepteerde het terugnameverzoek van Nederland op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, omdat hij niet opnieuw was gehoord over zijn bezwaren tegen overdracht aan Duitsland. Tevens stelde hij dat het terugnameverzoek te laat was ingediend en dat Duitsland in strijd met het EVRM had gehandeld door hem eerder te arresteren en terug te sturen zonder mogelijkheid tot asielaanvraag. Ook stelde hij dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan en het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet verplicht was tot een aanvullend gehoor, omdat eiser schriftelijk zijn bezwaren had kunnen indienen en dit ook had gedaan. Het terugnameverzoek was tijdig ingediend binnen de termijnen van de Dublinverordening. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Duitsland niet aan zijn verplichtingen zou voldoen. Ook was er geen sprake van bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard zouden maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.