ECLI:NL:RBDHA:2023:10584

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 juli 2023
Publicatiedatum
19 juli 2023
Zaaknummer
NL23.16958
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000WBV 2022/22
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingesteld tegen verlengde beslistermijn asielaanvraag

Eiser heeft op 9 juni 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 november 2022. De standaard beslistermijn van zes maanden was uiterlijk op 6 mei 2023 verstreken. Echter, met de inwerkingtreding van het besluit WBV 2022/22 is deze termijn verlengd met negen maanden tot uiterlijk 6 februari 2024.

Eiser betwist de rechtsgeldigheid van deze generieke verlenging en beroept zich op eerdere jurisprudentie waarin gesteld wordt dat een dergelijke verlenging alleen mogelijk is bij een ongewoon hoge instroom van asielzoekers. Tevens stelt eiser dat de verlenging in strijd is met Europees recht. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie op het moment van de verlenging aan de wettelijke criteria voldeed.

Gevolg is dat de ingebrekestelling van 11 mei 2023 en het daaropvolgende beroep te vroeg zijn ingediend. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te vroeg instellen door geldige verlenging van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.16958

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 9 juni 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 november 2022.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling is ontvangen.
2. Eiser heeft op 6 november 2022 een asielaanvraag ingediend. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) bedraagt de beslistermijn zes maanden. Dit betekent dat verweerder uiterlijk op 6 mei 2023 een beslissing had moeten nemen. De staatssecretaris heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 [1] de beslistermijn voor asielaanvragen met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden. In het geval van eiser eindigt de beslistermijn daarom uiterlijk op 6 februari 2024.
3. Eiser voert aan dat de generieke verlenging van de beslistermijn met negen maanden op grond van WBV 2022/22 niet rechtsgeldig is en dus niet mag worden toegepast. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst hij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 6 januari 2023. [2] Hij stelt dat de mogelijkheid van een generieke verlenging alleen mogelijk is wanneer er sprake is van een ongewoon hoge instroom. Daarvan is momenteel geen sprake. Eiser stelt bovendien dat de generieke verlenging in strijd is met Europees recht. Op deze gronden verzoekt hij de rechtbank om zijn beroep gegrond te verklaren.
4. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023 [3] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. De verlenging van de beslistermijn is rechtsgeldig.
5. Het gevolg van de verlenging van de beslistermijn betekent in dit geval dat de ingebrekestelling van 11 mei 2023 te vroeg is ingediend en het beroep te vroeg is ingesteld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op 27 september 2022.