ECLI:NL:RBDHA:2023:3701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens rechtsgeldige verlenging beslistermijn asielaanvraag
Eiser, een Oezbeekse asielzoeker, diende op 15 mei 2022 een asielaanvraag in. Hij stelde dat verweerder op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet uiterlijk op 15 november 2022 een besluit had moeten nemen, wat niet gebeurde. Na een ingebrekestelling en het uitblijven van een besluit, stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
Verweerder stelde dat de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd met negen maanden door het Besluit van 21 september 2022 (WBV 2022/22), waardoor de uiterste beslisdatum op 15 augustus 2023 viel. De rechtbank toetste deze verlenging aan de toepasselijke wetsartikelen en Europese richtlijnen en concludeerde dat de verlenging gerechtvaardigd is vanwege de hoge instroom van asielaanvragen, waaronder die van Oekraïners, Afghanen en andere nationaliteiten, en de opname van Dublinclaimanten in de nationale procedure.
De rechtbank verwierp de argumenten van eiser dat er geen sprake was van een grote en snelle piek en dat organisatorische keuzes de oorzaak waren van de vertraging. Ook het argument dat de tijdelijke bescherming van Oekraïners geen invloed zou hebben op de capaciteit, werd niet gevolgd. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende heeft onderbouwd dat de verlenging noodzakelijk is en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling prematuur was.
De rechtbank legde geen dwangsom op en wees het verzoek om een termijn voor besluitvorming af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.