ECLI:NL:RBDHA:2023:3698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens rechtsgeldige verlenging beslistermijn
Eiser, een Turkse asielzoeker, diende op 24 april 2022 een asielaanvraag in en stelde dat verweerder uiterlijk op 24 oktober 2022 een besluit had moeten nemen. Verweerder had de beslistermijn echter met negen maanden verlengd op grond van WBV 2022/22, vanwege een verhoogde instroom van asielzoekers en capaciteitsproblemen bij de IND. Eiser stelde dat deze verlenging niet rechtsgeldig was omdat er geen sprake was van een grote en snelle piek in asielaanvragen en dat organisatorische keuzes de oorzaak waren van vertraging.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had onderbouwd dat de verlenging rechtmatig was. De combinatie van factoren zoals de instroom van Oekraïners en Afghanen, de opname van Dublinclaimanten in de nationale procedure en de hogere instroom van andere nationaliteiten leidde tot een grote belasting van de IND-capaciteit. De rechtbank volgde niet het standpunt van eiser dat alleen een snelle piek verlenging rechtvaardigt en wees erop dat zorgvuldigheid voorop staat.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling te vroeg was gedaan en verweerder nog tot 24 juli 2023 de tijd heeft om te beslissen. Er werd geen dwangsom opgelegd en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.