ECLI:NL:RBDHA:2023:1060
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser diende op 18 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden stelde eiser de staatssecretaris op 20 september 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Op 6 november 2022 stelde eiser beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank wijst op de toepasselijkheid van artikel 8:54 en Pro 8:72 van de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000. Tevens wordt de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND besproken, waarbij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat het uitsluiten van bestuurlijke dwangsommen niet in strijd is met het Unierecht, maar het afschaffen van rechterlijke dwangsommen wel.
De rechtbank beveelt de staatssecretaris binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €100,- per dag op met een maximum van €7.500,- voor elke dag overschrijding. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser ad €418,50.
Uitkomst: De rechtbank beveelt binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op bij overschrijding.