ECLI:NL:RBDHA:2023:10757
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende onderbouwing woningonttrekking bij cocaïnewasserij
Eiser kreeg een boete van €10.000 opgelegd omdat zijn woning gedeeltelijk zou zijn onttrokken aan de woningvoorraad door bedrijfsmatig gebruik als cocaïnewasserij. Inspecteurs troffen in zijn woning een cocaïnewasserij aan, wat leidde tot een sluiting van zes maanden en een strafrechtelijke veroordeling. De bestuursrechtelijke boete werd gehandhaafd na bezwaar.
Eiser voerde aan dat hij de woning bleef bewonen, wat werd bevestigd door zijn inschrijving en aanwezigheid van privé-inventaris. De cocaïnewasserij was operationeel tijdens zijn afwezigheid, en de boete zou te hoog zijn gezien zijn financiële situatie. De rechtbank oordeelde dat het feit dat de woning als cocaïnewasserij werd gebruikt niet automatisch leidt tot woningonttrekking.
De rechtbank stelde vast dat slechts één ruimte als onttrokken werd beschouwd, maar dat de inrichting en gebruiksomstandigheden onvoldoende waren om van substantiele onttrekking te spreken. De situatie verschilde wezenlijk van jurisprudentie over hennepkwekerijen, waar sprake is van meer permanente en omvangrijke onttrekking.
Daarom was de onderbouwing voor woningonttrekking onvoldoende en werd het beroep gegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, beval een nieuwe beslissing op bezwaar en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het boetebesluit wegens woningonttrekking wordt vernietigd.