ECLI:NL:RVS:2014:2561
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onttrekking woonruimte door hennepkwekerij zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan appellant een bestuurlijke boete van €12.500 op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte, omdat in zijn woning een hennepkwekerij werd aangetroffen. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar zowel de rechtbank als de Raad van State verklaarden het beroep ongegrond.
De Raad van State overwoog dat het college bevoegd was de boete op te leggen en dat de Huisvestingsverordening correct was gepubliceerd en voldoende duidelijk was. Het betoog dat de woning slechts gedeeltelijk werd gebruikt voor hennepteelt en daarom niet onttrokken was aan bewoning, werd verworpen omdat slechts één van de drie ruimten daadwerkelijk als woonruimte diende.
Voorts oordeelde de Raad dat geen sprake was van dubbele bestraffing, omdat de Huisvestingswet en de Opiumwet verschillende belangen beschermen en verschillende bestuursorganen verantwoordelijk zijn voor handhaving. De omvang van de hennepkwekerij en de aanwezigheid van kweektent, afzuiginstallatie en chemicaliën rechtvaardigden de kwalificatie als bedrijfsmatige exploitatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.500 wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte door bedrijfsmatige hennepkwekerij.