Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 juli 2023 in de zaak tussen
ir. [eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.
Procesverloop
24 februari 2022 (SGR 22/1910) heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard en de waarde van de woning nader vastgesteld op € 978.000, alsmede de aanslag dienovereenkomstig verminderd.
drs. [naam].
Overwegingen
Geschil2.In geschil zijn de waarden van de woning op de waardepeildata.
’[adres 2] (verkocht op 27 september 2018 voor € 1.010.000), de [adres 3] (verkocht op 4 juli 2018 voor € 720.000), de [adres 4] (verkocht op 1 maart 2019 voor € 840.000) en de ’[adres 5] (verkocht op 13 juli 2018 voor € 1.050.000). Zoals volgt uit de waardenmatrix 2021 is de waarde van de woning voor dat jaar bepaald met behulp van een methode van systematische vergelijking met woningen aan de [adres 6] (verkocht op 31 januari 2020 voor € 725.000), de [adres 7] (verkocht op 15 februari 2019 voor € 875.000) en de [adres 8] (verkocht op 20 augustus 2020 voor € 740.000). De rechtbank is alles overziende van oordeel dat de vastgestelde waarden vallen binnen de bandbreedte zoals hierboven aangegeven. Daarbij kan de rechtbank eiser volgen in zijn standpunt dat gelet op het unieke karakter van de woning de verkoop van de naastgelegen woning [adres 8] van betekenis is voor beide jaren. De rechtbank zal gelet op het motiveringsgebrek de beroepen gegrond verklaren en de beslissingen op bezwaar vernietigen, maar gelet op de vastgestelde eindwaarden bepalen dat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand blijven.
€ 88,08 (4 uur à € 22,02 per uur), en voor de reiskosten op basis van openbaar vervoer, 2e klasse, op € 17,02.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraken op bezwaar in stand blijven;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af;
- wijst het verzoek om schadevergoeding op basis van onrechtmatige daad af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 105,10;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiser te vergoeden.