ECLI:NL:RBDHA:2023:10866
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag tijdens proeftijd rechtsgeldig; billijke vergoeding afgewezen
De werknemer trad in 2023 in dienst bij de werkgever als EHS Manager met een proeftijd van twee maanden, eindigend op 31 maart 2023. Op 10 maart 2023 werd de werknemer mondeling en schriftelijk geïnformeerd dat het dienstverband tijdens de proeftijd zou eindigen, met doorbetaling tot 31 maart 2023.
De werknemer vorderde een billijke vergoeding omdat hij meende dat de opzegging pas per 1 april 2023 was gegeven, dus na afloop van de proeftijd. Hij stelde dat zijn ontslag verband hield met veiligheidsklachten die hij had geuit. De werkgever betwistte dit en stelde dat de opzegging tijdig en rechtsgeldig was.
De kantonrechter stelde vast dat de opzegging binnen de proeftijd was gedaan, conform artikel 7:676 BW Pro, en dat de proeftijdopzegging niet misbruikt was. De reden voor ontslag behoefde geen inhoudelijke toetsing. De stellingen van de werknemer over verband met klachten werden gemotiveerd betwist en niet aannemelijk geacht.
Daarom werd het verzoek tot billijke vergoeding afgewezen. Ook werd het verzoek tot aanhouding van de procedure niet ingewilligd. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van €498. De beschikking werd uitgesproken op 24 juli 2023 door kantonrechter van Zaltbommel-Uittenbogaard.
Uitkomst: Het ontslag tijdens de proeftijd is rechtsgeldig gegeven en het verzoek om billijke vergoeding wordt afgewezen.