ECLI:NL:RBDHA:2023:1104
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser, een vreemdeling van Sri Lankaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na eerdere uitspraak waarin de staatssecretaris werd opgedragen binnen acht weken te beslissen, bleef een nieuw besluit uit. Eiser stelde de staatssecretaris vervolgens in gebreke en diende beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris niet binnen de gestelde termijn een besluit heeft genomen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt het niet tijdig beslissen gelijkgesteld aan een besluit. De rechtbank verwijst naar relevante wetsartikelen en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de toepasselijkheid van dwangsommen in asielzaken.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen op de asielaanvraag. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €418,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.