ECLI:NL:RBDHA:2023:11244

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 juli 2023
Publicatiedatum
28 juli 2023
Zaaknummer
NL23.18185
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.45b VVVoorschrift Vreemdelingen 2000ECLI:NL:RVS:2019:574ECLI:NL:RVS:2019:919
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Buitenbehandelingstelling van asielaanvragen wegens ontbreken beëdigde vertalingen

Eisers, van Russische nationaliteit, dienden op 22 mei 2023 asielaanvragen in via het formulier M35-O. De staatssecretaris stelde deze aanvragen op 16 juni 2023 buiten behandeling omdat essentiële documenten niet compleet waren, met name het ontbreken van beëdigde vertalingen van Russische teksten en een transcriptie van een YouTube-filmpje.

Eisers hadden in hun zienswijze wel vertalingen overgelegd, maar deze waren niet beëdigd. Pas in beroep werden beëdigde vertalingen ingediend, maar dit was te laat omdat in beroep alleen het besluit tot buitenbehandelingstelling wordt beoordeeld, niet de inhoud van de aanvraag.

De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht twee informatieverzoeken had gedaan: eerst via het formulier M35-O en vervolgens via het voornemen tot buitenbehandelingstelling. Omdat eisers niet aan beide verzoeken voldeden, was de buitenbehandelingstelling terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten bleven in stand.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de buitenbehandelingstelling van de asielaanvragen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.18185

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser] en [eiseres] , eisers,

V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] ,
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. L. Rossingh).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de buitenbehandelingstelling van de asielaanvragen van eisers. Eisers stellen van Russische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum 1] en op [geboortedatum 2] . Zij hebben op 22 mei 2023 aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend via een M35-O-formulier. De staatssecretaris heeft met de bestreden besluiten van 16 juni 2023 deze aanvragen buiten behandeling gesteld.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL23.18186, op 18 juli 2023 op zitting behandeld. Eisers en hun gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting. De gemachtigde van de staatssecretaris is wel verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de buitenbehandelingstelling van de opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.
4.1
Eisers hebben op 6 mei 2018 hun eerste asielaanvraag in Nederland ingediend. Deze asielaanvraag is bij beschikkingen van 17 juli 2020 afgewezen. De beroepen hiertegen zijn door de rechtbank bij uitspraak van 9 maart 2022 [1] ongegrond verklaard. Deze uitspraak is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) bij uitspraak van 1 mei 2023 bevestigd. [2] .
4.2
Eisers hebben op 23 mei 2023 via een formulier M35-O een tweede aanvraag gedaan. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag: eiser is dienstplichtig en het bedrijf waar hij voor werkte, heeft een oproep gehad voor zijn medische keuring ten behoeve van de dienstplicht, en een oproep voor een militaire training. Eiser is officier geweest en moet tot zijn 65ste jaar dienen. Eiser wil niet naar het leger. Hij is tegen de oorlog in Oekraïne. Eiseres heeft geen nieuw zelfstandig asielmotief. Haar aanvraag is afhankelijk van eisers asielaanvraag.
4.3
Op 1 juni 2023 heeft de staatssecretaris aan eisers het voornemen gestuurd de aanvraag buiten behandeling te stellen. Daarbij heeft de staatssecretaris eisers de kans gegeven om hun aanvragen aan te vullen en heeft de staatssecretaris aangegeven op welke punten de aanvragen niet compleet waren. Van enkele Russische documenten ontbraken de officiële, Nederlandse vertalingen, evenals een transcriptie van een YouTube-filmpje.
4.4
Eisers hebben op 8 juni een zienswijze gegeven, waarbij niet-beëdigde vertalingen van de Russische teksten zijn overgelegd.
Het bestreden besluit
5. De staatssecretaris heeft de aanvragen van eisers buiten behandeling gesteld omdat de aanvragen niet compleet zouden zijn. De staatssecretaris stelt in dit verband dat eisers hebben nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor hun aanvragen. Eisers hebben namelijk nagelaten om beëdigde vertalingen over te leggen van de Russische documenten en een transcriptie van het filmpje.
Informatieverzoek
6. Eisers stellen dat hun aanvragen ten onrechte buiten behandeling zijn gesteld. Eisers beroepen zich in de eerste plaats op hetgeen in de zienswijze gesteld en aan stukken overgelegd is. Eisers stellen dat de staatssecretaris de daar genoemde argumenten niet meegenomen heeft in het bestreden besluit, waardoor het besluit in strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel tot stand is gekomen. Eisers leggen voorts in beroep een beëdigde vertaling van de Russische teksten over.
6.1
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris een aanvraag buiten behandeling kan stellen, indien een vreemdeling twee keer heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag. [3] De Afdeling heeft geduid wanneer sprake is van twee informatieverzoeken. [4] De Afdeling heeft overwogen dat het eerste informatieverzoek het formulier M35-O betreft. Wanneer de staatssecretaris in het voornemen de vreemdeling de kans biedt om het verzuim uit het formulier te herstellen door informatie aan te vullen, is dit het tweede informatieverzoek. Zodoende kan de staatssecretaris de aanvraag buiten behandeling stellen als met de zienswijze het verzuim niet is hersteld. De rechtbank moet derhalve de vraag beantwoorden of de staatssecretaris met het voornemen om bepaalde informatie heeft verzocht en of eisers deze informatie vervolgens wel of niet overgelegd hebben.
6.2
De rechtbank stelt vast dat in het formulier M35-O op pagina 4 is vermeld dat, wanneer stukken worden overgelegd die niet in de Nederlandse taal gesteld zijn, er een officiële Nederlandse vertaling van deze documenten moet worden overgelegd. De staatssecretaris heeft vervolgens in het voornemen aan eisers verzocht om officiële vertalingen van Russische documenten en een transcript van een Russisch filmpje op YouTube over te leggen. Met de zienswijze hebben eisers niet-beëdigde vertalingen overgelegd. De rechtbank is derhalve van oordeel dat eisers niet aan het eerste en tweede informatieverzoek voldaan hebben en dat de staatssecretaris de aanvragen terecht buiten behandeling heeft gesteld.
6.3
In beroep hebben eisers alsnog officiële vertalingen overgelegd. Dit kan eisers echter niet baten, nu in beroep enkel het besluit ter buitenbehandelingstelling voorligt en niet een inhoudelijk besluit van de staatssecretaris. [5]

Conclusie en gevolgen

7. De staatssecretaris heeft de aanvragen terecht buiten behandeling gesteld.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Nieuwenhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Dijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

3.Artikel 3.45b, eerste lid, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV).
4.Uitspraak van de Afdeling van 21 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:574.
5.Uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:919.