ECLI:NL:RVS:2023:1674
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid seksuele gerichtheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 juli 2020 de aanvragen van drie vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen stelden dat de afwijzing onterecht was omdat hun zoon een seksuele gerichtheid heeft waarop de asielaanvraag was gebaseerd. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat de staatssecretaris de ongeloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid terecht had vastgesteld.
De vreemdelingen stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat de rechtbank de bewijsstukken en de geloofwaardigheidstoetsing op juiste wijze had toegepast, in lijn met eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2021:1754). Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Daarom bevestigde de Raad van State het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 1 mei 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.