Eiser heeft op 9 november 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden zonder besluit, stelde eiser verweerder in gebreke en diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND is het verbeuren van een bestuurlijke dwangsom uitgesloten, maar de rechter kan wel een dwangsom opleggen.
De rechtbank bepaalt een nieuwe termijn van zestien weken: acht weken voor onderzoek naar de geldigheid van de Griekse verblijfsvergunning van eiser en acht weken voor het nemen van een besluit. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding opgelegd, met een maximum van €7.500.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser van €418,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is gepubliceerd op rechtspraak.nl.