ECLI:NL:RBDHA:2023:11266
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn persoonlijke situatie toe te lichten en dat er geen sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek. Het beroep op aanvullende hoorplicht wordt verworpen. Daarnaast is niet aannemelijk gemaakt dat Roemenië niet zal voldoen aan zijn internationale verplichtingen, ondanks de stellingen van eiser over slechte opvang, detentie en pushbacks. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing.
Eiser heeft ook niet aangetoond dat er sprake is van een fundamenteel verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Roemenië dat een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigt. Evenmin is gebleken dat bijzondere, individuele omstandigheden in de zin van artikel 17 Dublinverordening Pro een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de staatssecretaris terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.